Openingsrede voor de tentoonstelling Tassen Manden en Beha's

door Frank Eerhart

 

Het is een eigenaardige titel.
Een zakelijke opsomming.
Alsof je wordt uitgenodigd door een nieuwe winkel die een en ander in de aanbieding heeft.
Ik moest ook aan een verhaaltje ve vroeger denken. et speelde zich af op de Albert Cuyp in Amsterdam.
Op het bord van de marktkoopman die in dameslingerie deed -nog in guldens- stond de tekst:
"BH's vijf gulden, dames daarvoor kunt u ze niet laten hangen."
Na zo veel jaar NVSH, emancipatie en nu BNN worden er nog altijd grappen over gemaakt.
Met dank dus aan de vrouwen.
Er is wel een verbinding in deze drie gekozen voorwerpen van Paul Legeland.
Allereerst zijn het allemaal gebruiksvoorwerpen.
Dagelijkse voorwerpen die de meeste mensen wel in een of andere vorm, maat of kleur in huis hebben.
We hebben allemaal wel een tas. een wasmand en zoiets als de helft heeft een BH..
Voorwerpen die je in de warenhuizen kunt kopen, niets bijzonders en op wat uitzonderingen na niet zo kostbaar.
Er zitten geen Louis Vuitton tassen tussen.
Paul presenteert deze drie objecten ogenschijnlijk in hun zakelijke hoedanigheid.
De achtergrond is egaal., ze zijn niet in een gebruiksomgeving geplaatst.
Ook niet in een verleidingsomgeving.
Ze zijn gepresenteerd zoals in een reclamefolder.
Vooral de geschilderde tekeningen of als u wilt schilderijen op het gladde koele plastic versterken die contextloze presentatie.
Het gaat puur om de voorwerpen zelf.
Maar zo droog en nuchter zoals ik de plaatsing op hun ondergrond beschrijf zijn de voorwerpen niet geschilderd.
We kijken niet naar pop art, waarbij de nuchtere imitatieve droogheid juist de kern was.
Er is bij Paul Legeland wat anders aan de hand.
Alle drie de voorwerpen zijn aan elkaar verwant.
Zowel een tas als een mand als een BH is bedoeld om er iets in te stoppen.
Het zijn alle drie dragers van persoonlijke dingen.
In de volgorde manden tassen en bh's zou er zelfs spake zijn van een climax.
Waar je bij een mand nog in mag kijken wordt bij een tas al gauw te persoonlijk.
En het kijken in een BH is slechts een uiterst beperkt aantal, soms begenadigde mensen gegund.
Juist, omdat deze intiemste drager van deze drie vaak al onder een ander kledingstuk verborgen is.
Maar wie goed kijkt naar de geschilderde voorwerpen ziet dat ze wel iets van hun inhoud willen prijsgeven.
Sommige zien er wat ongemakkelijk uit.
Andere lijken weer zelfverzekerder.
Ze bieden zich aan of trekken zich juist terug.
Ze gedragen zich.
Alle geschilderde voorwerpen zijn door Paul Legeland als het ware gepersonificeerd.
Ze hebben iets van het menselijke. het levende meegekregen.
Voorwerpen van het animisme lijken het, zoals tribale culturen dat ook met hun gebruiksvoorwerpen doen.
Een lepel, een weespel of een staf met een hoofd van een voorouder om er binding mee te houden.
Om erbij te mogen blijven.
Zo kijken de manden, tassen en de BH's je aan.
Tassen die hun innerlijk naar buiten lijken te duwen.
Manden waarvan de openingen als poorten zijn geschilderd.
Als een gebouw waar je in en uit kan.
Maar ook als een arena van leven en dood.
BH's die de sensuele inhoud op subtiele wijze prijsgeven.
Die soms zelf ook van kleur verschieten.
Omdat ze een eigen leven zijn gaan leiden en dan verloren raken.
Legeland zoekt in zijn geschilderde voorwerpen contact met de toeschouwer.
Hij laat je niet zomaar aan de dingen voorbijgaan.
Hij houdt je vast door zijn kleurgebruik en door zijn plastische manier van schilderen.
Hij wil je in het diepe hebben.
Wat ondanks de tweedimensionaliteit van de schilderijen worden de voorwerpen tastbaar.
Je neigt ernaar ze aan te raken, omdat ze ruimtelijk ogen.
Dat proces dat je erbij wordt gehaald,
dat je niet wegkomt zonder het gezien te hebben krijgt een vervolg in zijn meer dan levensgrote portretten.
We mogen van Legeland bijna hinderlijk dichtbij komen.
De portretten nodigen ons uit om hem op de huid te zitten.
Om op zijn lip te zitten.
Om iets te kunnen bevatten van zijn fascinatie voor vorm en voor verf.
En voor de inhoud daarvan.
Kijk maar, zegt hij
Kijk je ogen maar uit.
Kijk in je hoofd.
Wat je ziet, ben je zelf.